vrijdag 22 november 2013

Een paar korte woordjes


Een paar korte woordjes

Er is een wereld vol mensen en dieren die over reukvermogen beschikken. Een krachtig zintuig dat sterk gekoppeld is aan herinneringen en veiligheid. Een enkeling die dit vermogen niet heeft, dient die ruikende wereld eerst te beschouwen om van het bestaan te kunnen weten. Dat is een opgave want, hoewel de invloed van dit zintuig groot is, men praat hierover nauwelijks. Doof en blind kennen we. En dat er mensen bestaan bij wie de werking van het reukzintuig ontbreekt, komt nauwelijks in iemand op. Ik dacht bovendien dat ik de enige was.

M.A.V.O., praktijkexamen scheikunde, 1989. Twee hoog. Het lokaal zat aan de linkerzijde, vooraan: een mooi groot lokaal, ruim opgesteld, veel licht, werkbaar.  Ik vond het meestal heerlijk om bezig te zijn, ook met proefjes. Scheikunde was één van mijn favoriete vakken.  Ieder had zijn eigen –grote- tafel en deze was gedekt met een microscoop, een pannetje, petriplaatjes, gasbrander, U-buisjes. De vragenlijst lag ernaast. We kregen instructie over het examen. De witte jassen gingen aan en de brillen op. Deze docent streefde altijd veiligheid na.


Ik had proef na proef gedaan en kwam bij de opdracht waarbij een vaste stof gefiltreerd moest worden uit een vloeistof. Vele korreltjes bleven over. Het was wit op de bodem van het pannetje. Ik keek in de vragenlijst rechts naast mij en las vier korte woordjes: ‘Wat ruik je nu?’  Wat ruik je nu? Jemig! Dat was een lastige. Niet, ik ruik niet, niks, nooit en niet gedaan ook. Maar ‘ik ruik niks’ zou niet goed zijn. Geconfronteerd met onmogelijkheden… Anderen werkten door. Ik viel stil, mijn wereld binnen, eventjes. En weer door naar de lijst die ik afwerkte met de wetenschap die ene vraag niet te kunnen beantwoorden. Dat was raar, onmacht. Ik durfde niet de gok te wagen om te proeven, ik had geen idee wat het was. Meest voor de hand liggend was zout. Dat vulde ik in.

Pas veel later wist ik meer over mensen en niet kunnen ruiken. Over de schatting dat dit aantal hoger ligt dan mensen die niet kunnen horen. Over de weinige aandacht die wereldwijd uitgaat naar dit onderwerp.  En …zo deed ik dat evenmin. Ik heb niet één herinnering, een datum of een tijd waarin ik ontdekte dat ik niet kon ruiken.  Wanneer ontdekt men dat hij twee benen heeft? En daarmee kan lopen? Of dat het reukvermogen ook wordt gebruikt om herinneringen op te slaan? Ontdekken is iets anders dan iets beseffen en de waarde daarvan erkennen. Wanneer zie je aan een neus, en hoe ook kun je het weten, dat deze niet werkt?

Ik ontdek het elke keer opnieuw. Confrontaties zijn er dagelijks. Gelukkig, in die zin, is het ophalen van herinneringen niet mijn sterkste kant! Ik slaagde voor het examen en dat was dat. Ik heb het nooit meer ingezien. Het kon goed zijn en fout. Ik vraag me nog wel altijd af wat die docent dan zal hebben gedacht?!

 
Christel Steijger